In verband met de toenemende industrialisatie in Noord-Brabant en ten gevolge daarvan ernstige verontreiniging van het oppervlaktewater, werd door de door de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat medio juli 1962 een commissie ingesteld, welke het afvalwatervraagstuk moest onderzoeken. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant stelden medio augustus 1966 een werkgroep op die de reorganisatie van de waterschapen in westelijk Noord-Brabant moest bestuderen. In haar rapport in 1967 aan de Provinciale Staten concludeerde de werkgroep dat er een groot waterschap moest worden opgericht met uitsluitend een zuiveringstaak. In 1969 werd het waterschap West-Brabant opgericht. Vanaf begin juli 1970 fungeerde een Dagelijks Bestuur met als voorzitter Ir. W.J.L.J. Merkx. De taak van het bestuur was de voorbereiding van de totstandkoming van de Algemene Vergadering en het maken van een inventarisatie van de problemen op het gebied van de waterzuivering. De eerste vergadering van de Algemene Vergadering vond plaats op 2-12-1970. De leden werden beëdigd en er werd een aanbeveling opgemaakt voor de benoeming van de watergraaf en heemraden. Het (definitieve) Dagelijks Bestuur werd 3-9-1971 geïnstalleerd. Ir. G. Swier werd 1-6-1972 benoemd tot watergraaf. De watergraaf is voorzitter van zowel het Dagelijks Bestuur als wel de Algemene Vergadering. Het Dagelijks Bestuur bestond uit de watergraaf en heemraden, welke bij Koninklijk Besluit benoemd werden. De Algemene Vergadering was samengesteld uit leden aangewezen door waterschappen, gemeenten en Kamers van Koophandel. In 1976 stopte Swier op 65-jarige leeftijd met zijn functie bij het waterschap op zijn 25-jarige jubileum. Dit beeld werd gemaakt vanwege zijn afscheid.
Omschrijving: borstbeeld van Ir. G. Swier op sokkel
Hoogte: ca. 50 cm
Inscriptie: IR. G. SWIER 1971-1976
Materiaal: hout
Locatie: kasteel Bouvigne



