Aanvullingen en correcties over reliëfs in de gemeente Breda worden zeer gewaardeerd. U kunt uw informatie zenden naar het emailadres als vermeld op de pagina INFO / CONTACT
Laatste update van deze pagina 4-5-2026
Bij een historische stad als Breda horen mooie gevels met ornamenten, beelden, wapenschilden, reliëfs en dergelijke. Diverse gebouwen zijn voorzien van sierlijke reliëfs.
Veelal zijn de reliëfs door een kunstenaar ontworpen of in opdracht van de architect door een kunstatelier vervaardigd. Hierdoor is niet altijd eenduidig te bepalen of het kunst betreft of niet. In ieder geval heeft het raakvlakken met kunst. In bijna alle gevallen zijn de elementen uniek. Hier mee wordt bedoeld dat er maar één van is gemaakt en dat is nou net een van de definities van (echte) kunst.
Met een reliëf(steen) wordt een driedimensionale beeldhouwkundige afbeelding in steen, hout, keramiek of metaal (bijvoorbeeld brons) bedoeld, die niet helemaal vrijstaand is. Een reliëf heeft een driedimensionale voorkant en meestal een platte achterkant. Bij een reliëf kan in tegenstelling tot een vrijstaand beeldhouwwerk ook beeldinhoud worden weergegeven zoals wolken, bomen, achtergronden, vergezichten. Het reliëf is daarmee een overgangsgebied tussen tekening en beeldhouwwerk, wat het mogelijk maakt om met een reliëf thema’s verhalend weer te geven. Om deze reden is het reliëf dan ook door alle eeuwen heen, van het Oude Egypte tot in de huidige tijd, onder andere gebruikt om verslag te doen van belangwekkende gebeurtenissen en ter verduidelijking van religieuze motieven. Dat kan bijvoorbeeld met het beroep van de eigenaar te maken hebben, of met de functie van het gebouw. Soms zijn de reliëfs gewoon als decoratie aangebracht met bijvoorbeeld een afbeelding van een dier en is het verhaal minder relevant. Als het reliëfs aan een oud gebouw is gebracht, is het verhaal lang niet altijd meer bekend omdat het door de tijd verloren is gegaan, of het is wel bekend maar niet openbaar gemaakt.
Omschrijving: reliëftegeltje van gezicht
Kunstenaar: Maarten Koreman – RKD
Afm.: 25 x 35 centimeter
Materiaal: keramiek
Locatie: Achterom 2
Het verhaal:
Deze keramiek bevindt zich in de gevel van het gebouw. In het pand is Galerie Ecker gehuisvest. Galerie Ecker is presentatie ruimte voor beeldend kunstenaars waar de ontmoetingen tussen kunstliefhebbers en kunstenaar staan centraal.
Naam: Koppen op Koppen
Omschrijving: 7 ‘schoon metselwerken’ in gevel
Architect: Ir. J. Derks
Hoogte: ca. 2,5 – 2, 7 meter
Jaar: ca. 1980
Materiaal: beton (ingemetseld)
Montagehoogte: ca. 7 meter in appartementencomplex
Locaties:
– Arenberglaan 436, 456 en 492
– Olmenbroek 1 en 2
– Wilgenbroek 120 en 277
Het verhaal:
Omdat alle gebouwen zo sterk op elkaar leken, zijn op verzoek van de bewoners 10 verschillende koppen aangebracht op de kopgevels van evenzoveel huizenblokken. Het ontwerp kwam van de architect zelf, die zo enige variatie aanbracht in zijn eigen architectuur. De koppen zijn samengesteld uit standaard betonelementen.
Aanvankelijk waren deze kunstwerken niet geschilderd en ietwat saai op de gevel aanwezig. In 2011 zijn de kunstwerken vrolijk geschilderd.
Omschrijving: reliëfsteen van molen Het Fortuyn
Afm.: 85 x 40 centimeter
Jaar: 1830?
Materiaal: kalksteen
Montagehoogte: ca. 9,5 meter
Locatie: Bavelselaan 1
Het verhaal:
Het verhaal van deze gevelsteen gaat terug naar het jaar 1800. In dat jaar kreeg Ginneken voor de eerste maal een eigen winkorenmolen. Voordien waren de bewoners van Ginneken en Bavel aangewezen op de molen De Korenbloem op de Gouwberg in Strijbeek. Dat was het gevolg van de zogenaamde molendwang. Dat is een heerlijk recht dat de inwoners verplichtte in hun eigen gemeente het graan te maken. Een Timmerman uit het Ginneken kreeg de opdracht van de gemeente om een molen te bouwen. De molen Het Fortuyn, gebouwd in 1800, bevond zich op de kruising van de Balvelselaan en de Kerkhofweg. Tegenwoordig is dit in Breda, maar destijds behoorde het grondgebied nog tot Ginneken en Bavel. Boven de ingang werden 2 gevelstenen geplaatst. De steenhouwer vond het niet nodig een zedig geklede patroonheilige af te beelden, maar hakte de Griekse godin Vrouwe Fortuna uit in haar volle goddelijke glorie met om haar heen een sierlijk gedrapeerd molenzeil. Het was een gemeentelijke opdracht dus werd zij links en rechts voorzien van twee symbolen uit het wapen van de gemeente Ginneken en Bavel, het rooster van Laurentius en de koe die symbool staat voor de Heilige Brigida. Op de tweede steen staat het jaartal 1800.
Ruim een eeuw heeft de molen gedraaid. Toen drong de industriële revolutie door en werd door de toenmalige en laatste molenaar Victor van de Reijt een grote dieselmotor aangeschaft en de wieken werden verkocht. De molen is tot 1925 in bedrijf gebleven en daarna gesloopt. De reliëfsteen is daarbij bespaard gebleven.
In 1926 werd door Victor van Reijt aan het begin van de Bavelselaan een nieuwe maalderij gebouwd, het huidige appartementencomplex. Architect Constant van Dongen had in zijn ontwerp een plaatsje gemaakt voor de oude gevelsteen uit de gesloopte molen het Fortuyn. De pastoor van het Ginneken had blijkbaar moeite met de ontblote dame van de afbeelding en liet de plaatsing enkel toe als het hoog in de geveltop zou worden aangebracht, ver buiten het bereik van kinderen. Onder deze reliëfsteen is de tweede gevelsteen aangebracht met het jaartal “1800”. Tussen de ramen van de 1ste en 2de verdieping is de tekst “HET FORTUYN” aangebracht, wat uiteraard verwijst naar de naam van de molen.
Omschrijving: reliëfstenen met de levensloop van de mens
Materiaal: steen
Afm.: 55 x 95 centimeter
Montage hoogte:
Locatie: Boeimeerlaan 60-94
Het verhaal:
Deze reliëfstenen bevinden zich telkens boven de ramen van de trappenhuizen op de 3e verdieping. Ze tonen een levensloop van een gezin. Op de stenen zijn te zien: dansende mensen, de felicitaties aan een echtpaar, een vader en moeder met hun kindje, een gezin met hun 2e kindje en een ouder paar met (klein)kind.
In totaal zijn er 9 stenen aan de gevels gemonteerd, maar diverse stenen zijn dubbel. Deze stenen zijn aangebracht om de gevel te versieren. Dergelijke gevelstenen zijn ook te zien bij de appartementen aan de St. Ignatiusstraat 75 t/m 135.
Omschrijving: reliëfsteen van zwaan
Afm.: ca. 66 x 80 centimeter
Jaar: 1907
Materiaal: steen
Locatie: poortgebouw kasteel Bouvigne, Bouvignelaan 5
Het verhaal:
De reliëfsteen is aangebracht door mr. L. de Bruyn, de toenmalige eigenaar van het kasteel.
Omschrijving: reliëfsteen van druiventrosdragers
Afm.: ca. 50 x 55 cm
Jaar: 1907
Materiaal: steen
Locatie: poortgebouw kasteel Bouvigne, Bouvignelaan 5
Omschrijving: reliëfsteen van Huis van Wijngaerde
Materiaal: kalksteen
Afm.: 50 x 72 centimeter
Jaar: 1614
Status: monument
Status: Status: Rijksmonument 10114
Locatie: Catharinastraat 9, Huis van Wijngaerde N51 35.374 E4 46.630
Het verhaal:
Over het bijzonder fraaie, uit 1614 daterende huis Catharinastraat 9 (het Huis van Wijngaerde), bestond lange tijd, vanwege de initialen in het schilderwerk boven de gevel, het misverstand dat hier de Vrede van Breda zou zijn gesloten. De duiventros en de initialen hebben echter betrekking op de man, die het huis in 1614 liet bouwen: Hendrik van Wijngaerde. Boven de poort is het wapen van de opdrachtgever aangebracht en ook de gebeeldhouwde druiventrossen op de sluitstenen verwijzen naar hem.
Het pand heeft een bijzondere opzet. Door het verschil in verdiepingshoogten en door een onderbreking in de zandstenen banden in het metselwerk lijkt het om twee verschillende panden te gaan. Dit is echter niet het geval. Het verschil tussen het linker- en het rechterdeel van de gevel komt doordat het linkerdeel van het hofhuis is gebouwd met de restanten van de bouwval.
Deze reliëfsteen bevindt zich op de 1e verdieping. Door de zachte steen soort is de gevelsteen haast geheel verloren gegaan. De “4” van het jaartal 1614 is nog net zichtbaar.
Omschrijving: reliëfsteen met tekst en figuur
Materiaal: steen
Hoogte: ca. 25 cm (beeldje)
Jaar: 1931
Opschriften: zie hieronder
Status: Rijksmonument NR 10120
Locatie: Catharinastraat 91 N51 35.373 E4 46.773
Het verhaal
Deze gevelsteen bevindt zich boven de poort naar het Kapucijnenhof. Op de steen is te lezen: “ALHIER WAS IN 1831 GEVESTIGD HET HOOFDKWARTIER VAN HET MOBIELE LEGER ONDER BEVEL VAN PRINS (F)REDERIK DER NEDERLANDEN DIE MET ZIJN CHEF VAN DEN CENTRALEN STAF LUITENANT GENERAAL J. V.
BARON DE CONSTANT REBECQUE OP DEZE PLAATS DEN TIENDAAGSCHEN VELDTOCHT VOORBEREIDDE WELKE ALHIER OP 2 AUGUSTUS 1831 AANVING ONDER HET OPPERBEVEL VAN PRINS WILLEM VAN ORANJE”.
De ‘F’ van de naam Frederik is niet zichtbaar waardoor nu alleen nog maar Rederik is te lezen.
Meer info over de 10 daagse veldtocht: Wikipedia, Historisch Nieuwsblad, Defensie en Legermuseum.
Omschrijving: reliëfsteen met brouwersvak afbeelding
Kunstenaar: Joop van Lunteren – RKD
Hoogte: 2,8 meter
Breedte: 4 meter
Jaar: 17 december 1927
Materiaal: steen
Status: Rijksmonument 518940
Locatie: Ceresstraat 13
Het verhaal:
Het kantoor van de voormalige bierbrouwerij De Drie Hoefijzers is ontworpen door het Bredase Architectenbureau Bilsen & Zoon in de stijl van de Amsterdamse School. Volgens Wikipedia zou de bouwstijl Nieuwe Haagse School zijn, dat zijn onderscheidt van de Amsterdamse School door haar strakke vormgeving en van het Nieuwe Bouwen door haar luxueuze uitvoering.
Deze gevelsteen bevindt zich aan de voorgevel van een gebouw. Het bevat een gestileerde voorstelling van het brouwersvak; gerst aan de ene en hopranken aan de andere zijde. Daar tussenin water, tezamen met de grondstoffen voor de brouwerij. Boven het water een vliegwiel en bliksemschichten als symbool van de stoom- en elektriciteitskracht in een bedrijf. Daarboven de genius van de mens die deze elementen beheerst en ordent.
Op 29 mei 2004 werd de brouwerij gesloten en op een paar gebouwen na geheel gesloopt.
Omschrijving: reliëfsteen met verwijzing naar de Drie Hoefijzers
Kunstenaar: Joop van Lunteren – RKD
Hoogte: 2,8 meter
Breedte: 4 meter
Jaar: 17 december 1927
Materiaal: steen
Status: Rijksmonument 518940
Locatie: Ceresstraat 13
Het verhaal:
Het kantoor van de voormalige bierbrouwerij De Drie Hoefijzers is ontworpen door het Bredase Architectenbureau Bilsen & Zoon in de stijl van de Amsterdamse School. Volgens Wikipedia zou de bouwstijl Nieuwe Haagse School zijn, dat zijn onderscheidt van de Amsterdamse School door haar strakke vormgeving en van het Nieuwe Bouwen door haar luxueuze uitvoering.
Deze gevelsteen bevindt zich aan de achterzijde van een gebouw.
Op 29 mei 2004 werd de brouwerij gesloten en op een paar gebouwen na geheel gesloopt.
Omschrijving: gevelsteen met het logo van de Drie Hoefijzers
Kunstenaar: Joop van Lunteren – RKD
Diameter: 1,6 meter
Materiaal: steen
Status: Rijksmonument 518940
Locatie: Ceresstraat 13
Het verhaal:
In 1538 richtte Hendric van den Corput een brouwerij op met de naam “Den Boom”. In 1628 werd de brouwerij hernoemd naar De Drie Hoefijzers, de naam van de tegenover de brouwerij gelegen smidse De Drij Hoefijssers. Na enkele malen verkocht te zijn, kwam de brouwerij in 1807 in handen van Johan Nicolaes Smits. Diens achterkleinzoon Franciscus Henricus Maria Smits (1842-1890) trouwde op 9 september 1863 met Philomena Maria Coletta Petronella van Waesberghe (1837-1901) waardoor de firmanaam F. Smits van Waesberghe ontstond. In 1887 werd aan de tegenwoordige Ceresstraat een nieuwe brouwerij gebouwd die uitgroeide tot een der belangrijkste van Nederland. Het logo van Smits van Waesberghe verdween eind jaren 30 van de 20e eeuw om plaats te maken voor het Drie Hoefijzers logo.
In 1968 fuseerde de brouwerij met de Rotterdamse brouwerij Oranjeboom. Het bedrijf viel onder de Nederlandse tak van het Britse Allied Breweries en had als naam: Verenigde Bierbrouwerijen Breda-Rotterdam B.V. De Bredase brouwerij ging nu het pils Oranjeboom brouwen.
Op 6 februari 1995 nam het Belgische concern Interbrew de Verenigde Bierbrouwerijen over, omdat Allied niet langer in continentale brouwerijen was geïnteresseerd. Dit bedrijf, later Inbev geheten, verplaatste de productie naar de brouwerij van Dommelsch en naar Belgische brouwerijen. Op 29 mei 2004 werd de brouwerij van Oranjeboom in Breda gesloten. Dit ging ook ten koste van het bedrijfsmuseum Het Fust, dat in 1996 nog was heringericht. Het brouwerijcomplex werd grotendeels gesloopt en het museum werd opgeheven. Het oude kantoor is een monumentaal pand en Industrieel erfgoed.
Op het terrein van de brouwerij werd van 2007-2012 een nieuwe woonwijk gebouwd die eveneens Drie Hoefijzers heet.
Omschrijving: reliëfsteen van Moeder en kind of Maria en Jezus
Inscriptie: “FIDES”
Afm.: 1,4 x 0,4 meter
Materiaal: steen
Locatie: Van Coothplein 24
Het verhaal:
Afbeelding van Moeder en kind of Maria en Jezus.
Omschrijving: reliëf van bakstenen in gevel
Hoogte: ca. 4 meter
Materiaal: bakstenen
Locatie: Pastoor Dekkersstraat / Dr. Struyckenstraat
Het verhaal:
In deze gevel is met bakstenen een reliëf aangebracht van een prieeltje. In het prieeltje zijn twee mensen waar te nemen. De afbeelding laat de fantasie de vrije loop. Wat ziet U er in?
Het is vrij zeldzaam dat er in gevels met bakstenen afbeeldingen worden aangebracht.
Bij de redactie is niet bekend waarom juist hier een afbeelding van een prieeltje is aangebracht.
Naam: Trekkers
Omschrijving: reliëfsteen met jongeren en gans
Kunstenaar: Leen Douwes – RKD
Afm.: 70 x 50 centimeter
Inscriptie: ‘TREKKERS”
Jaar: 20-10-1934
Materiaal: kalksteen
Locatie: Laurentiuskerk Protestantekerk, Duivelsbruglaan 11a
Het verhaal:
Villa Mariëndal werd in 1843 gebouwd recht tegenover de rechteroever van de Mark. Na veel eigendomswisselingen werd het huis in gebruik genomen op 20 oktober 1934 als vergaderplaats voor zes protestantse verenigingen. In de maanden juni t/m september werd het gehele complex verhuurd aan de Bredase Stichting Jeugdherberg, die in 1934 reeds 3.400 overnachtingen boekte. Tijdens de oorlogsjaren werd Huize Mariëndal gebruikt voor legering van militairen. Na de bevrijding was de villa uitgewoond en de inventaris verdwenen. Toch kreeg de woning zijn vooroorlogse bestemming terug. In de vijftiger jaren kwam de villa echter leeg te staan, doordat de jeugdherberg naar Chaam verhuisde. Het verval nam ernstige vormen aan, waarna in mei 1957 afbraak volgde.
In de jaren zestig werd een nieuw verenigingsgebouw gebouwd, dat opnieuw Mariëndal werd genoemd. Van het oude Mariëndal rest alleen nog een reliëfsteen, die op 20 oktober 1934 onthuld werd door ds. B. ter Haar Romeny. Deze steen, nu ingemetseld in een tuinmuur van het kerkhof bij het Romenyhuis, stelt twee trekkers voor en verwijst naar jongeren die de jeugdherberg bezochten. Op de afbeelding zien we onder andere 5 ganzen, een jongen en een meisje. Rechts onder staat het woord “TREKKERS”, maar het is heel slecht leesbaar.

Omschrijving: reliëfsteen van Joris en de Draak
Afm.: 25 x 15 centimeter
Materiaal: terra cotta
Locatie: Franklin Rooseveltlaan 32
Het verhaal:
Een uniek gevelsteentje met een mooi maar lang verhaal over een draak die in het moeras leefde. Het volledige verhaal lees je hier.
Bij de Vleeshal / Boterhal op de Grote Markt 19 is bovenaan de gevel een prachtig gevelbeeld van Joris en de Draak te bewonderen.
Het verhaal van Joris en de Draak is al eeuwenoud en bekend in veel landen. In de 700 jaar oude kathedraal Storkyrkan in het historische centrum Gamla Stan van de stad Stockhold staat een prachtig mooi beeld uit 1489 van Joris en de Draak.
Joris en de draak is ook de naam van de houten achtbaan op de Efteling, die in 2010 de oude Gegasus verving.
Het verhaal van Joris en de Draak is gebaseerd op het Bijbelverhaal van aardsengel Michaël, die eveneens in gevecht is met een draak.
Hoe zou dit gevelsteentje nou hier gekomen zijn?
Naam: Zonnelied
Omschrijving: reliëf met Bijbelse voorstelling van Franciscus van Assici
Kunstenaar: Henri van Haaren – RKD
Hoogte:
Jaar: 1954
Materiaal: kalksteen
Status: rijksmonumnent 528718
Locatie: Klokkenberg, Galderseweg 91
Het verhaal:
In de voorgevel van het hoofdgebouw bevindt zich een gevel reliëf met een afbeelding van het Zonnelied van Franciscus van Assisi.
Franciscus verbleef het grootste deel van zijn leven in zijn geboortestreek Umbrië in midden Italië. Grote bekendheid kreeg hij met zijn preken en hymen. Het loflied van de schepselen, het Zonnelied (‘Loflied van de schepselen, il Cantico delle Creature’) schreef hij rond 1224. Deze ode aan de schepper en aan de hele geschapen natuur is hier weergegeven door de heilige te omgeven met afbeeldingen van dieren, planten en bloemen. Het tafereel wordt geschraagd door afbeeldingen van in de natuur werkende mensen. Vanwege zijn betrokkenheid bij dieren is Franciscus patroon van de dierenbescherming en wordt op zijn naamdag, 4 oktober, dierendag gevierd. Inmiddels is hij ook uitgeroepen tot patroonheilige van een leefbare wereld en de milieubeweging.
Franciscus houdt zijn handen in de orantehouding. De orantehouding is een christelijke gebedshouding waarbij men de armen symmetrisch uitstrekt en de geopende handen opheft tot op oorhoogte, terwijl men de ellebogen dicht bij de romp van het lichaam houdt. Bij deze afbeelding houdt Franciscus de handen echter niet op oorhoogte maar op heuphoogte. De orante gebedshouding werd veelvuldig in de vroegchristelijke kunst afgebeeld en wordt ook vandaag gebruikt, zowel door priesters als door leken.
Omschrijving: reliëf van vier evangelisten
Kunstenaar: Niel Steenbergen – RKD
Hoogte: ca. 1 meter
Jaar: 1954
Materiaal: kalksteen
Locatie: Klokkenberg, Galderseweg 91
Het verhaal:
Boven de ingang van de kerk is deze Bijbelse voorstelling te zien. Op de afbeelding zien we Jezus Christus die een boek vasthoudt. Linksboven staat een arend, linksonder een leeuw met vleugels, rechtsboven een engel en rechtsonder een stier met vleugels. Alle vier figuren houden een gesloten boek vast. De 4 figuren staan voor resp.: Johannes, Marcus, Mattheüs, en Lucas, de 4 evangelisten. Een evangelist is letterlijk de brenger van een evangelie (“goede boodschap”). In de beeldende kunst worden deze 4 evangelisten sinds de vierde eeuw niet alleen afgebeeld in de vorm van menselijke gedaanten, maar ook als symboolgestalten. Deze laatste werden geïnspireerd door de visioenen in de Bijbelboeken Ezechiël 1 en Openbaring 4. Hierin wordt de apostel Johannes weergegeven als adelaar, Lucas als stier (of als os of als kalf), Marcus als leeuw en Mattheüs als engel (of als mens). Deze weergave, ook wel tetramorf genoemd (uit het Grieks: vier vormen), is waarschijnlijk van Syrische oorsprong.
Boven het ornament is in de gevel de tekst ‘DOM‘ weergegeven. DOM betekent “Deo optimo (et) maximo”, dat wordt vertaald als “(gewijd) aan de beste en grootste God”. Deus optimus maximus was een nomen sacrum (“heilige naam”) in de Romeinse godsdienst, gegeven aan belangrijke goden zoals Jupiter. Het werd door het christendom overgenomen. De uitdrukking, vaak afgekort tot D.O.M., wordt ook teruggevonden op vele kerken en andere gebouwen uit de renaissance, vooral in Italië. Het zou het motto worden van de benedictijnen (“Voor de opperste grootste god”). Het wordt dan ook op de flessen van benedictijnse bieren geschreven. Het wordt ook geregeld op grafzerken (epitaaf) vermeld (“aan de opperste grootste God”). De vertaling van het Latijnse Domus is ‘huis’. In het christendom wordt een DOM gezien als een belangrijke kerk, denk maar aan de Dom van Utrecht en de Dom van Keulen.
Aan de gevel van de Sint-Laurentiuskerk aan de Ginnekenweg 333 bevindt zich een soort gelijke afbeelding.
Naam: Sint Joris en de Draak
Omschrijving: diverse reliëfs en afbeeldingen op voorgevel
Kunstenaar: Walter Pompe – RKD
Jaar: 1772
Materiaal: kalksteen
Status: Rijksmonument 10154
Locatie: Vleeshal / Boterhal, Grote Markt 19
Het verhaal (van boven naar beneden):
In de periode 1561 tot met 1700 waren in Breda drie schuttersgilden actief: St. Joris, St. Sebastiaan en de Kloveniers. Het St. Joris gilde hanteerde de kruis- of voetboog en dateert al van vóór 1397. Hun gildekamer bevond zich in eerste instantie boven de stadswaag. Het gilde van St. Sebastiaan, dat schiet met de handboog, werd in 1547 opgericht. Het jongste gilde, de kloveniers, werd in 1561 door Willem van Oranje heropgericht na een kort bestaan in de zestiende eeuw. Ze schoten met kolven en later musketten.
De schuttersgilden in de stad hebben van oudsher een bijzondere band met de heer van Breda. Het is de prins van Oranje-Nassau die in zijn functie van Heer van Breda toestemming verleende tot het oprichten van schuttersgilden, maar het ging verder dan dat. De schutters mochten bijvoorbeeld uit de bossen van de Heer van Breda de schuttersboom halen, de boom werd waarschijnlijk in zijn eer oranje geschilderd en de Heer van Breda kwam af en toe naar het koningsschieten, een wedstrijd waarbij ze schoten op een nepvogel in een boom, waarna de winnaar een jaar de titel ‘koning’ van het gilde droeg.
De schuttersgilden in Breda hadden het moeilijk in die jaren. De stad is zes keer heen en weer geslingerd tussen de Oranje-Nassaus en de Spaanse koning (1568, 1577, 1581, 1590, 1625 en 1637). De hertog van Alva heeft na de inname van Breda in 1568 zelfs alle schuttersgilden in de stad opgeheven. Pas na 1617 kwam er een opleving voor de schutterijen.
Het St. Jorisgilde is na de komst van de Spanjaarden hun gildekamer boven de stadswaag kwijtgeraakt, maar kreeg er een plaats in de nieuwe Vleeshal voor terug. Op 8 mei 1617 werd de nieuwe Vleeshal op de Grote Markt in gebruik genomen en werd de bovenverdieping afgestaan aan het heropgerichte voetboogschuttersgilde van St. Joris.
Het monumentale pand was oorspronkelijk een particuliere woning “Het witte lam” genaamd.
Na een verbouwing in 1772 kwam er een afbeelding van St. Joris met de draak en de spreukband Anno MDCCLXXII bovenaan de voorgevel. Het volledige verhaal van Joris en de Draak lees je hier.
Het verhaal van Joris en de Draak is al eeuwenoud en bekend in veel landen. In de 700 jaar oude kathedraal Storkyrkan in het historische centrum Gamla Stan van de stad Stockhold staat een prachtig mooi beeld uit 1489 van Joris en de Draak.
De St. Jorisgilde had een altaar in de Grote Kerk. Nog altijd zijn de wapenschilden en gildekopjes op de muur aanwezig, weliswaar beschadigd, want ook dit werd beschadigd tijdens de beeldenstorm van 1566.
Joris en de draak is ook de naam van de houten achtbaan op de Efteling, die in 2010 de oude Gegasus verving.
Het verhaal van Joris en de Draak is gebaseerd op het Bijbelverhaal van aardsengel Michaël, die eveneens in gevecht is met een draak.
Tussen de 2 ramen op de eerste verdieping bevindt zich een afbeelding van een kruisboog. Circa 1850 werd het Schuttersgilde opgeheven.
In 1617 werd het gebouw gebruikt als vleeshal. Alleen op deze plaats mocht nog vlees worden verkocht. De 2 runderkoppen op de eerste verdieping en de 3 koppen onder het fronton zijn gemaakt door de steenhouwer Melchior van Herbach en verwijzen naar de vleeshal. Let op de worsten die aan de horens hangen van het rund.
In 1861 werd er een boterhal gevestigd. In 1864 werden van de bovenverdieping twee woonhuizen gemaakt. Onder het fronton verscheen een bord met de tekst “BOTERHAL”
In 1935 werd het een Stedelijk en Bisschoppelijk Museum dat verhuisd is naar de Chassékazerne.
Vanaf 1998 t/m februari 2010 was het Grand-Café Dante. Vanaf maart 2010 Grand Café Steakhouse Anno 1617. Nu heet het restaurant gewoon Boterhal naar de voormalige functie.
Op het fronton bevinden zich een wapenschild van Breda en 2 leeuwen. Deze leeuwen zijn op een zeer bijzondere wijze afgebeeld, nl met hun achterwerk gericht naar het wapenschild. Dit zou letterlijk kunnen betekenen ‘schijt aan de gemeente Breda’ hebben. Blijkbaar was er in het verleden een ruzie tussen de toenmalige gebouweigenaar en de gemeente. In het stadswapen fungeren de leeuwen normaal gesproken als schildhouders die met hun voorpoten het schild vasthouden. Zo’n zelfde situatie heeft zich voorgedaan bij Huis Leeuwenburg, Mient 23 in Alkmaar.
Reliëfsteen: met vrouwe Justitia en wapenschild
Afm.: 72 x 43 centimeter
Materiaal: steen
Locatie: Heusdenhoutseweg 30
Het verhaal:
Bij de redactie is onbekend waarom juist deze gevelsteen zich op een ‘gewoon’ huis bevindt. Op de gevelsteen is Vrouwe Justitia te zien, die meestal op gerechtsgebouwen is afgebeeld. Vrouwe Justitia wordt doorgaans afgebeeld als een geblinddoekte figuur, met in haar rechterhand een zwaard en in haar linkerhand een weegschaal. De blinddoek staat voor de rechtspraak zonder aanzien des persoons, dat wil zeggen dat niet de personen worden gehoord en veroordeeld, maar slechts de feiten en daden. De weegschaal stelt de afweging van de bewijzen en getuigenissen voor, die in het voordeel of nadeel van de verdachte spreken. Het zwaard staat voor het vonnis dat wordt uitgesproken. Op deze afbeelding heeft de vrouw geen zwaard vast maar een wapenschild van het Ginneken. Mogelijk doelt de afbeelding op de rechtvaardigheid van de annexatie van het Ginneken door Breda in 1942.
Reliëfsteen: kerykeion of caduceus
Afm.: 90 x 85 centimeter
Jaar: 1937
Materiaal: steen
Locatie: Kessels advocaten, Julianalaan 1
Het verhaal:
De kerykeion of caduceus (Latijn: afgeleid van het woord caduceator, wat heraut of onderhandelaar betekent) is een staf die een koerier of onderhandelaar ongehinderde doorgang moest verlenen in het oude Griekenland.
In de Griekse mythologie in het bijzonder is het de staf van de god Hermes. De staf is door twee slangen omwonden, en vaak bekroond (als verwijzing naar Hermes) met twee vleugels. Later komt ook wel een Franse lelie voor op de staf.
Hermes gold als de uitvinder van veel dingen, zo ook van de lier (voorloper van de harp). Toen de jonge Hermes in zijn geboortestreek de vlakbij grazende kudde van Apollo stal, maar betrapt werd, bood hij ter verzoening zijn lier aan Apollo aan. Daarop zou Apollo hem zijn staf gegeven hebben.
De caduceus symboliseert als geheel vrede, bescherming en genezing, en wordt (vooral in de Verenigde Staten) tot op heden gebruikt als medisch symbool (al gaat dit gebruik voorbij aan de dieperliggende alchemistische symboliek van Eenheid, zoals hieronder beschreven). De slangen staan voor alle tegengestelde principes die een rol spelen in het manifeste universum: mannelijk/vrouwelijk, zon/maan, ziel/geest of in alchemistische termen: Sol/Luna en zwavel/kwik. Als symbool van genezing moet de caduceus niet verward worden met de esculaap, waarbij één slang zich om de staf windt.
De staf zelf staat voor de as tussen de hemel en de aarde, boven en beneden.
De eventuele vleugels, kroon of Franse lelie staan respectievelijk voor transcendentie, goddelijke autoriteit en drie-eenheid.
De caduceus in zijn geheel symboliseert, behalve de eerder genoemde vrede, bescherming en genezing, vooral de Eenheid, die bereikt wordt door de verzoening van de tegendelen.
De caduceus wordt niet alleen gebruikt in de alchemie, maar ook bijvoorbeeld in de Indiase yoga (alchemie wordt ook wel de westerse yoga genoemd). De staf staat ook symbool voor Hermes, de Griekse God van de handel. Vele studentenverenigingen in economische studierichtingen gebruiken dan ook de caduceus als symbool.
Het bolhoedje tussen de vleugels is simpelweg de bolhoed van Hermes.
Reliëfsteen: vorm van een zonnewijzer
Afm.: 47 x 47 centimeter
Materiaal: steen
Locatie: Kapelstraat 39
Het verhaal:
Eenvoudige zonnewijzer gemonteerd op de muur.
Reliëfstenen: decoratief met dieren
Afmeting: 57 x 57 centimeter
Aantal: 5 stuks
Materiaal: kalksteen
Locatie: Karrestraat 13
Het verhaal:
Reliëfstenen komen erg veel voor aan de gevels van de huizen. Er zijn er circa 70 te bespeuren in Breda. Lopend door de winkelstraat vallen echter deze reliëfstenen nauwelijks op, omdat iedereen meer oog heeft voor winkeletages. Boven de winkelpui van kledingwinkel Anna van Toor bevinden zich 5 reliëfstenen, 3 stuks met een afbeelding van een vogel en 2 stuks met een afbeelding van een kikker. De stenen zijn versierd met fruit, bladeren en/of bloemen en geometrische vormen. Het is onwaarschijnlijk dat de vogel en de kikker een speciale betekenis hadden. Het zijn gewoon versieringen zonder bijbedoelingen. Omdat er meerdere stenen identiek zijn, zijn ze gemaakt met een mal. Mogelijk zijn er destijds nog andere afbeeldingen gemaakt. De stenen dienden voor decoratie en als teken van welvaart. Diverse elementen op de stenen zijn door de jaren heen vervaagd vanwege de zachte steensoort waarvan ze gemaakt zijn.
Omschrijving: gevelbeeld
Materiaal: natuursteen
Hoogte: 1,2 meter
Jaar: 1928
Inscriptie: ONDEROFFICIEREN KMA, 1828-1928
Status: Rijksmonument 10235
Locatie: KMA Kasteel binnenplaats, Kraanstraat 24
Het verhaal:
Een unieke en zeldzame combinatie van beeld en klok.
Het is van dezelfde datum als bovenstaande zuil.
Omschrijving: replica van beeld van dolfijn
Materiaal: natuursteen
Hoogte: ca. 2 meter
Status: Rijksmonument 10235
Locatie: KMA Kasteel binnenplaats, Kraanstraat 24
Het verhaal:
In de binnenplaats galerij hangt een dolfijn, gemaakt door de gebroeders Korenman uit Breda. Deze verbeeldt de Dolfijn welke van origine op de topgevel van de ridderzaal was afgebeeld. Dolfijnen waren toen voor de eerste ontdekkingsreizigers nog een bijzonder fenomeen.
Naar mediterraan voorbeeld was aanvankelijk de galerij op de verdieping open gedacht. Het kille klimaat in Holland noopte tot het dicht al zetten tijdens of kort na de bouw. De twee raamvensters in de topgevel verkregen een driehoekig timpaan naar Grieks voorbeeld, zoals toen gebruikelijk met een geringe daglichttoetreding. Boven de timpanen van de ramen waren twee van deze dolfijnen aangebracht met de gezichten naar elkaar gericht. Na de komst van de KMA zijn alle vensters verruimd met Hollandse schuifpuien voor meer daglicht.
Een timpaan is in de antieke bouwkunst het driehoekige gevelveld tussen de kroonlijst en de schuin oplopende daklijsten van een gebouw.
Omschrijving: dakbekroning met cherubijnen
Materiaal: natuursteen
Hoogte: ca. 2 meter
Jaar: 1535
Status: Rijksmonument 10235
Locatie: KMA Kasteel binnenplaats, Kraanstraat 24
Het verhaal:
Toenmalige kasteelheer Hendrik III van Nassau van Breda was een flamboyante man, die veel aandacht besteedde aan verfraaiing van zijn paleizen. In 1536 startte hij de verbouwing van het kasteelcomplex tot paleis. Als architect benoemde hij Rafeëls leerling Tommaso Vincidor de Bologna. Zo maakte hij kennis met de Italiaanse renaissancestijl.
Het kasteel werd met veel renaissance elementen versierd. De binnenplaats kreeg circa 50 dakkapellen met gebeeldhouwde dakbekroningen. In iedere bekroning bevond zich een Cherubijn (engelenkopje) met elk een eigen karakteristiek en vormgeving. Tijdens de verbouwing zijn (helaas) veel van deze renaissance elementen en ook deze gevelornamenten gesloopt(!), omdat men vond dat het kasteel somberder moest zijn vanwege zijn functie als militaire academie. De ornamenten zijn kapot geslagen en als funderingsmateriaal gebruikt voor de manege naast de stallen. Deze zijn later weer terug gevonden bij de sloop van de manege t.b.v. de cadettenflat. Er zijn er nog enkele over. Dit gevelornament staat nu op de grond onder de galerij van de binnenplaats. Een ander kopje is te zien in het Stedelijk Museum.
Een cherub, cherubim, cherubijn of kerub is een mythisch wezen dat is samengesteld uit een combinatie van verschillende andere levensvormen, vaak een gevleugelde leeuw, adelaar of stier met een mensengezicht, vergelijkbaar met de Egyptische of Griekse sfinx en de Mesopotamische karibu.
Onder het ornament staat een plaat met de tekst “1828-1978 HULDEBLIJK OUD-CADETTEN”, maar de plaat heeft niets met het ornament te maken.

Reliëfsteen: eekhoorn
Afm.: ca. 30 x 30 centimeter
Materiaal: terra cotta
Locatie: Restaurant Huis Den Deijl, Marellenweg 8
Het verhaal:
Geen verdere details van dit leuke reliëfsteentje.
Omschrijving: ornament met symbolen
Hoogte: 1,05 meter
Jaar: 1934
Materiaal: beton
Locatie: Markendaalseweg 287-327
Het verhaal:
Dit ornament is aangebracht op de gevel van de voormalige technische school ter plaatse van de hoofdingang. De plaat is aan beide zijden voorzien van symbolen die de opleidingen vertegenwoordigen van de school. We zien onder andere een schietlood, een tandwiel, een passer en een meetinstrument. Onder de technische afbeelding staat nog een vlag van de gemeente Breda en het jaartal van de school. Al het overige van de technische school is niet behouden. Tegenwoordig is de school een appartementencomplex.
Omschrijving: kraagsteen / balkonsteun ornament met 2 hanen
Hoogte: ca. 70 cm
Materiaal: steen
Locatie: Mauritsstraat 8
Het verhaal:
Een console of kraagsteen is in de bouwkunde een vooruitspringend of uitkragend constructiedeel aan een kolom of wand. Een console brengt het gewicht van zijn belasting, van bijvoorbeeld van een ligger of een vloer, over op die kolom of wand.
Er zijn heel wat verschillende kraagsteen ornamenten te ontdekken in straten zoals, Baronielaan en Ginnekenweg. Kijk eens goed rond en zie hoe prachtig deze ornamenten zijn. Meestal zijn het eenvoudige versieringen met gezichtjes of takken en bladeren. Vanwege de grootte, uitvoeringsvorm en de zeldzaamheid spannen deze 2 hanen toch wel de kroon. Het is prachtige voorbeeld hoe architectuur, constructie, beelden en kunst hand in hand kunnen gaan.
Omschrijving: reliëf Mencia de Mendoza
Kunstenaar: Niel Steenbergen – RKD
Hoogte:
Inscriptie: MENCIA DE MENDOZA LYCEUM
Montagehoogte:
Materiaal: steen
Locatie: Mendelssohnlaan 1 N51 34.125 E4 45.794
Verhaal:
Dit reliëf bevindt zich boven de entree van de Mencia de Mendoza lyceum. De gevelsteen toont Mencia de Mendoza, die in haar volle glorie in amazonezit galoppeert met een gevederde vriend op haar hand. Links en rechts van staan schoolmeisjes.
Mencia de Mendoza(1508-1554) was een nakomeling van de grote kardinaal Mendoza. Op zestienjarige leeftijd werd ze de vrouw van graaf Hendrik III van Nassau. Niet lang na haar aankomst in Breda begon ze op te treden als patrones van vele belangrijke Nederlandse kunstenaars. Na de dood van Hendrik III keerde ze terug naar Valencia. De school is naar haar vernoemd.
Andere beelden van Niel Steenbergen in Breda zijn: Cosmas en Damianus, Heilige Catharina, Judith met het hoofd van Holofernes en schikgodinnen
Foto Peter Cox
Reliëfsteen: spelende kinderen
Kunstenaar: Henk Groenhuis – RKD
Afm.: . meter
Jaar: ca. 1970
Materiaal: steen
Locatie: Mozartlaan 35
Het verhaal:
Deze reliëfsteen bevindt zich boven een neveningang van de International School Breda.

Omschrijving: gevel decoratie
Hoogte: ca. 2,8 meter
Materiaal: staal
Locatie: Stedelijk Gymnasium, Nassausingel 7
Het verhaal:
De afbeelding is ingevlochten op het gaashek dat voor het dak is aangebracht. Op de afbeelding zijn onder andere waar te nemen: 2 engelen, een boot met drie roeiers en een stuurman en andere figuren die slecht zichtbaar zijn vanwege de grote witte Andreaskruizen. Deze kruizen komen overeen met de Andreaskruizen in het wapenschild van Breda.
Omschrijving: ornament met versiering
Breedte: ca. 2,5 meter
Locatie: Nieuwe Ginnekenstraat 6
Het verhaal:
Prachtige versiering boven raampartij met engeltjes, kopjes, leeuwenkoppen en bloemen.
Reliëfsteen: gemeentewapen van Etten-Leur
Afm.: 70 x 65 centimeter
Inscriptie: “EN ATTENDANT J’ESPERE”
Jaar: 1632
Materiaal: steen
Status: Rijksmonument 10270
Locatie: Oude Vest 13 N51 35.213 E4 46.737
Het verhaal:
In vroegere tijden hadden de (geschakelde) huizen in de binnenstad collectieve poorten om bij de achterzijde te komen. Het was de achteruitgang van het huis Ocrum in de St. Janstraat (thans centrum voor kunst en muziek De Nieuwe Veste). Bijna alle poorten in de Bredase binnenstad zijn met de tijd (helaas) verdwenen. Deze reliëfsteen bevindt zich boven een poort tussen Oude Vest 13 en 19. Andere stadspoorten vinden zich o.a. in de Catharinastraat en St. Annastraat.
In kleur heeft de afbeelding van het gemeentewapen van Etten rode torentjes op een grijze achtergrond met daarboven een gouden kroon. In het Valkenberg Park is de afbeelding echter afgedrukt met gouden torentjes op een blauwe achtergrond.
Op het lint onder de afbeelding staat de tekst: EN ATTENDANT J’ESPERE. Het is Frans voor “ondertussen hoop ik”. De tekst is bijna niet meer leesbaar. Boven het wapen is een harnas helm afgebeeld. Waarom juist het wapenschild van Etten-Leur in deze muur is gemetseld is onbekend. Samen met de tekst zou het kunnen duiden op een strijd voor onafhankelijkheid. Etten-Leur behoorde destijds tot de Baronie van Breda. Tot de schepenbanken van de Baronie behoorden: Breda, Oosterhout, Dongen, Gilze en Rijen, Alphen en Chaam, Baarle-Nassau, Ginneken en Bavel, Terheijden, Princenhage, Etten, Etten in de Palen van de Hoeven, De Eenige van Rijsbergen, Zundert-Hertog, Wernhout, Roosendaal en Nispen.
Omschrijving: reliëf
Kunstenaar: Gerrit de Morée – RKD
Afm. ca. 4 x 9,5 meter
Jaar: 1959
Materiaal: baksteen
Locatie: Tessenderlandt school, Van Riebeecklaan 2 N51 34.785 E4 47.751
Het verhaal:
Voorheen heette de school KTS (katholieke technische school) Blauwe Kei. De verwijzing naar de Blauwe Kei is opvallend omdat in principe de school het Sportpark ligt.
Tessenderlandt is zo’n typische jaren ’60-school voor voortgezet onderwijs, zoals er in Nederland zo veel staan: drie verdiepingen, waarbij de grote horizontale raampartijen duiden op grote transparantie. De bouwstijl kenmerkt zich door strakke, eenvoudige lijnen, vaak repeterend. De ingangspartij rechts in de gevel is weinig opvallend, maar links doorbreekt een element de horizontaliteit, namelijk een groot bakstenen reliëf dat zich over drie verdiepingen uitstrekt. Het reliëf is grotendeels opgebouwd uit rechthoekige vlakken. Boven net onder de daklijst is een ronde vorm te zien, waardoor de neiging ontstaat er een groot menselijke figuur in te herkennen. De verschillende tinten baksteen in het reliëf geven het enige dynamiek.
Wanneer en hoe Gerrit de Morée precies in Breda terecht is gekomen, is niet helemaal duidelijk. Zeker is in ieder geval dat hij hier samen met Dio Rovers, Paul Windhausen en Jan Strube in 1933 de Bredasche Kunstkring oprichtte om hiermee het kunstleven in Breda te bevorderen. Twaalf jaar later was De Morée een van de initiatiefnemers voor de Vrije School voor Beeldende Kunsten, de latere Academie St. Joost, waar hij zelf ook les ging geven.
Reliëfsteen: meeuw/vogel
Afm.: ca. 30 x 45 centimeter
Materiaal: terra cotta?
Locatie: De Roy van Zuidewijnlaan 54
Het verhaal:
Opschrift Gaivota verwijzend naar de interieurwinkel?

Reliëfsteen: paarden
Afm. ca. 30 x 30 centimeter
Materiaal: terra cotta
Locatie: Saksen Weimarlaan 7
Naam: Nillmij gevelsteen
Omschrijving: 6 geveltegels
Kunstenaar: Mans Meijer – RKD
Afm.: 45 x 45 centimeter
Jaar: 1955-1956
Materiaal: terra cotta
Locatie: St. Ignatiusstraat 75 t/m 135 N51 35.461 E4 47.780
Het verhaal:
Deze tegels bevinden zich boven de toegangsdeuren van 6 appartementencomplexen in de St. Ignatiusstraat. De tegels zijn allemaal verschillend, maar allen vertonen ze figuurtjes van een olifant, een man en een huisje. De afbeeldingen komen voort uit het logo van Nillmij. De reliëfstenen bestaan uit de volgende 3 onderdelen.
– De man met balk = de timmerman/bouwvakker met balk of (meet)lat
– Een huis = het bouwen door de onderneming
– De olifant = de kracht van de verzekeringen
Zoals op een van de foto’s te zien is één van de tegels gebroken. Het tegeltje met de oranje achtergrond is gesigneerd met ‘Mans Meijer’. Reliëfs voor de Nillmij werden onder andere geplaatst in: Amersfoort, Assen, Breda (1957), Eindhoven, Groningen (1957), Den Haag, Rotterdam, Rijswijk (1957) en Utrecht.
Nillmij was een maatschappij die in diverse plaatsen in onroerend goed financierde. In veel gebouwen liet de onderneming een ‘handtekening’ achter. In Breda is deze handtekening te vinden op: de Brugflat, de flats in de St. Ignatuisstraat en het voormalige pand van Vredenbergh dat gesloopt is.
De kunstenaar legde zich toe op boetseren en werkte vooral in figuratieve stijl. Waarschijnlijk kreeg hij de NILLMIJ-opdrachten vanwege een familierelatie met een van de leden van de directie.
Dergelijke gevelstenen zijn ook te zien bij de appartementen aan de Boeimeerlaan.
Reliëfsteen: natuur
Afm.: ca. 70 x 50 centimeter
Materiaal: steen
Locatie: Ulvenhoutselaan 40
Het verhaal:
Zonnig tegeltje met zee, zon en planten.
Reliëfsteen: nautisch afbeelding
Afm.: 80 x 140 cm
Materiaal: natuursteen
Locatie: Wilhelminapark 19
Het verhaal:
Deze reliëfsteen verwijst naar de Vrede van Breda. De Vrede van Breda, gesloten op 31 juli 1667 in de Grote Zaal van het Kasteel in de Brabantse stad Breda, was het verdrag tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Engeland, Frankrijk en Denemarken waarmee de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog eindigde. Afgesproken werd dat het Nederlandse Nieuw-Amsterdam officieel aan de Engelsen werd overgedragen. Nieuw-Amsterdam werd daarna door de Engelsen New York genoemd. De Republiek behield het kort voor de Vrede veroverde Suriname. De Bovenwindse Eilanden (Kleine Antillen) bleven ook bij de Republiek (Nederland).
Karel II van Engeland (koning van Engeland, Schotland en Ierland van 1660 tot 1685) wilde aanvankelijk de vredebesprekingen in ‘s-Gravenhage houden, maar raadpensionaris Johan de Witt zag daar weinig heil in. Hij stelde een aantal andere steden voor, waaronder Breda. Karel II van Engeland koos toen voor Breda, de stad die hij immers kende. In het voorjaar van 1660 had hij immers zes weken op het Kasteel van Breda verbleven, als logé bij zijn zus Maria Henriëtte Stuart, de weduwe van Willem II van Oranje. Het kasteel was eigendom van de Oranjes.
De VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) werd in 1602 opgericht, nadat sinds 1595 in zes steden met enkele (voor)compagnieën de eerste ervaringen waren opgedaan. In deze zes steden – Amsterdam, Middelburg, Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen – werden zogenaamde Kamers gevestigd (met een identieke naam als de plaatsnaam, m.u.v. Middelburg, die de naam Kamer van Zeeland kreeg), elk met hun bewindvoerders.
De WIC (West-Indische Compagnie) werd in 1621 opgericht en kreeg als handelsgebied West-Afrika ten zuiden van de Kreeftskeerkring, Amerika, alsmede alle eilanden tussen Newfoundland en Straat Magellaan. Ook deze compagnie was in – vijf – Kamers verdeeld: Amsterdam, Zeeland, de Maas, het Noorderkwartier en Stad en Lande.
Deze reliëfsteen is aangebracht op een gevel van een villa aan het Wilhelminapark. De vermelding van ‘Hoorn’ op deze reliëfsteen is niet geheel duidelijk. De gemeente Hoorn had immers een relatie met de VOC, terwijl Breda een relatie had met de WIC. Tevens is niet bekend waarom juist deze reliëfsteen op dit gebouw is aangebracht.
Reliëftegeltje: Aartsengel Michaël
Afm.: 25 x 18 centimeter
Materiaal: terra cotta
Locatie: (binnenterrein) Willemstraat 1
Het verhaal:
De meeste geveltegeltjes betreffen het onderwerp de heilige Maria. Slechts enkele tegeltjes in Breda hebben een ander onderwerp. Dit unieke tegeltje toont hoe aartsengel Michaël de vrede bewaakt. Onderaan de tegel is te lezen “Verdedig ons in den strijd”.
Het gebed tot de Aartsengel Michaël is een rooms-katholiek gebed dat in 1886 werd geïntroduceerd door paus Leo XIII. Toen hij in 1884 tijdens een mis met kardinalen plots stemmen hoorde van zowel de Heer als de duivel – welke een visioen was -, schreef hij het gebed dat in 1886 officieel gebed werd van de kerk. De tekst luidt:
Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem Zijn macht doet gevoelen. En gij, vorst van de hemelse legerscharen, drijf Satan en de andere boze geesten, die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
Op de afbeelding zien we hoe Michaël een draak bezweert. De afbeelding is enigszins controversieel te noemen; aartsengel Michaël die juist voor vrede zou moeten strijden hanteert zelf ook geweld!
Reliëfsteen: haan
Afm.: 70 x 62 centimeter
Materiaal: steen
Locatie: Zandberglaan 48
Het verhaal:
Deze reliëfsteen bevindt zich aan de gevel van de villa.


























































